Eiser was tijdelijk tewerkgesteld bij team Grootschalige Opsporing en kreeg op 5 september 2017 te horen dat deze tewerkstelling voortijdig werd beëindigd. Deze beslissing werd bevestigd per e-mail op 21 juni 2018. Verweerder stelde dat het bezwaar van eiser tegen deze beëindiging niet ontvankelijk was vanwege termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt echter dat het bezwaar van eiser wel ontvankelijk is, omdat het bezwaar pas op 24 januari 2019 werd ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken, maar dit werd verschoonbaar geacht. Dit vanwege het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule in de mededeling en bevestiging, waardoor eiser niet op de hoogte was van de bezwaarprocedure.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en het primaire besluit en gebiedt verweerder binnen twaalf weken alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter Ketelaars-Mast op 26 januari 2021.