ECLI:NL:CRVB:2020:248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling medische geschiktheid
Appellante was werkzaam als assistente polikliniek en medewerkster sterilisatie afdeling toen zij zich ziek meldde met psychische klachten. Na een beoordeling door een bedrijfsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV werd haar Ziektewetuitkering per 10 juni 2017 beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat de belastbaarheid zorgvuldig was ingeschat.
In hoger beroep stelde appellante dat haar medische situatie niet juist was beoordeeld, omdat zij door agorafobie en paniekaanvallen slechts binnen een straal van 500 meter van haar woning kon werken. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat de maatstaf van ongeschiktheid tot arbeid ziet op de laatst verrichte arbeid en dat appellante volgens het medisch onderzoek geschikt werd geacht deze arbeid te verrichten.
De Raad bevestigde dat de agorafobie zich niet op de werkvloer manifesteert, maar tijdens het reizen, en dat dit geen grond is om de ZW-uitkering voort te zetten. Wel kan bij medische noodzaak een vervoersvoorziening worden aangevraagd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de Ziektewetuitkering terecht heeft beëindigd.