ECLI:NL:CRVB:2020:2595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functie voedingsassistent bij WIA-uitkering
Betrokkene, laatstelijk werkzaam als generalist meldkamer, viel uit wegens medische klachten en vroeg na afloop van de wachttijd een WIA-uitkering aan. Het UWV kende een WGA-uitkering toe, berekend op 73,64% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een arbeidskundige beoordeling van de beperkingen en de geschiktheid voor functies, waaronder die van voedingsassistent.
De rechtbank vernietigde dit besluit en vond de onderbouwing van het UWV onvoldoende, met name over de taak van bewoners helpen met eten in de functie van voedingsassistent. De Raad herzag deze beoordeling in hoger beroep en concludeerde dat de functieomschrijving en arbeidskundige rapporten, gebaseerd op het CBBS-systeem en onderzoek door arbeidskundig analisten, een juiste en realistische weergave geven van de functie-inhoud en belastbaarheid.
De Raad stelde vast dat de beperkingen van betrokkene niet worden overschreden in de functie van voedingsassistent, waarbij het helpen bij maaltijden een één-op-één situatie betreft en slechts een klein deel van de werktijd beslaat. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WGA-uitkering blijft toegekend op basis van een juiste arbeidskundige grondslag.