De Centrale Raad van Beroep heeft op 28 oktober 2020 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 15 juli 2020 in een WIA-zaak. Het UWV had de Raad gewezen op een kennelijke fout in de vaststelling van het door appellant betaalde griffierecht in zowel beroep als hoger beroep. De Raad heeft partijen de gelegenheid gegeven zich schriftelijk uit te laten over de rectificatie, waarop appellant geen bezwaar maakte en het UWV niet binnen de gestelde termijn reageerde.
De fout betrof de hoogte van het griffierecht: appellant had in beroep € 46,- en in hoger beroep € 124,- betaald, in totaal € 170,-. De rectificatie houdt in dat het dictum van de oorspronkelijke uitspraak wordt gewijzigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Daarnaast vernietigt de Raad het bestreden besluit van 5 december 2016 en herroept het besluit van 16 augustus 2016. Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan appellant ter hoogte van € 2.155,20. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en griffier M.D.F. de Moor en uitgesproken in het openbaar.