ECLI:NL:CRVB:2020:2688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor maandelijkse kosten bewindvoering voorafgaand aan aanvraag
Appellant is onder bewind gesteld en heeft via zijn bewindvoerder bijzondere bijstand aangevraagd voor aanvangskosten en maandelijkse kosten van bewindvoering. Het college kende bijzondere bijstand toe vanaf de datum van de aanvraag, maar wees de kosten over de periode voorafgaand aan de aanvraag af omdat deze kosten waren gemaakt voordat de aanvraag werd ingediend.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, stellende dat bijzondere omstandigheden een verlate aanvraag rechtvaardigen, onder meer vanwege de tijd die nodig was voor ontvangst beschikking en openen beheerrekening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad overwoog dat vaste rechtspraak bepaalt dat bijzondere bijstand in principe niet wordt verleend voor kosten die zijn gemaakt vóór de aanvraagdatum, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De door appellant aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende onderbouwd en boden geen reden af te wijken van het uitgangspunt.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor maandelijkse kosten bewindvoering voorafgaand aan de aanvraag wordt bevestigd.