ECLI:NL:CRVB:2020:2715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met psychische en fysieke klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering na een eerstejaarsbeoordeling, omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante niet verder gingen dan vastgesteld. Het rapport van een gedragsdeskundige werd onvoldoende geacht om dit te weerleggen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en overhandigde een aanvullend rapport, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere conclusies. De Raad vond de medische en arbeidskundige onderbouwing deugdelijk en zag geen aanleiding tot benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigde het oordeel dat de geselecteerde functies passend zijn en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd en het verzoek tot terugverwijzing naar het UWV wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.