ECLI:NL:CRVB:2020:2731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, werkzaam als schoonmaakster en huishoudelijk medewerkster, meldde zich ziek met rugklachten terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig onderzoek vast dat zij per 18 september 2017 geschikt was voor de maatstaf arbeid en beëindigde haar ZW-uitkering. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege een voldoende zorgvuldig medisch onderzoek en een gemotiveerde conclusie van de verzekeringsarts.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen aanvullende medische informatie op te vragen en dat haar klachten al langer bestonden en mogelijk waren verergerd. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige, met verwijzing naar het arrest Korošec van het EHRM. De Raad toetste het besluit aan drie stappen: zorgvuldigheid van de besluitvorming, equality of arms en inhoudelijke beoordeling.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geen belemmeringen had ondervonden bij het onderbouwen van haar standpunt. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische conclusie dat zij geschikt was voor haar maatstaf arbeid. Nieuwe medische informatie werd niet ingebracht en het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 18 september 2017 na een zorgvuldig medisch onderzoek.