ECLI:NL:CRVB:2020:2771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig beroepsmilitair, meldde zich op 16 april 2003 ziek met lichamelijke en psychische klachten en vroeg in 2017 met terugwerkende kracht een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest vanaf 16 april 2003.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen objectieve medische gegevens over de periode 2004-2017 beschikbaar waren en het risico van het ontbreken van medische informatie bij een laattijdige aanvraag voor rekening van appellant komt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel arbeidsongeschikt was, maar geen medische gegevens kon overleggen omdat hij niet naar een arts ging. Hij bracht medische stukken in, waaronder een psychiatrisch rapport uit 2019, maar deze maakten niet aannemelijk dat hij al in 2004 PTSS-klachten had.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet heeft voldaan aan de wettelijke eis van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van bewijs van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.