ECLI:NL:CRVB:2020:2917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.T.H. Zimmerman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Toekenning Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen
Appellante diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering op grond van lichamelijke en psychische klachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij op dat moment geen arbeidsvermogen had, maar dit niet duurzaam zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de motivering van het UWV als voldoende werden beoordeeld.
In hoger beroep stelde appellante dat haar arbeidsvermogen duurzaam ontbrak, onderbouwd met medische rapporten en brieven van behandelaars die benadrukten dat de behandelingen gericht waren op behoud van haar mogelijkheden. De Raad oordeelde dat de motivering van het UWV onvoldoende was en dat de behandelingen niet gericht zijn op verbetering maar op behoud, waardoor het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellante met ingang van 12 april 2017 recht heeft op een Wajong-uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Appellante krijgt met ingang van 12 april 2017 recht op een Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.