Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:2937

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 november 2020
Publicatiedatum
25 november 2020
Zaaknummer
20/1763 WARZO-VV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens stopzetting invordering door UWV

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een voorlopige voorziening gevraagd tegen de invordering van een WAZO-uitkering door het UWV. Het UWV heeft vervolgens besloten de invordering per direct stop te zetten in afwachting van de uitspraak in het hoger beroep. Hierdoor heeft verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken.

De voorzieningenrechter heeft op grond van de Algemene wet bestuursrecht overwogen dat bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. Verzoekster heeft daarom een proceskostenvergoeding gevorderd.

De voorzieningenrechter heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ad €525,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoekster kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 25 november 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €525 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

Datum uitspraak: 25 november 2020
20/1763 WARZO-VV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108, in verbinding met artikel 8:84, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het verzoek om voorlopige voorziening.
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. R. Grijpstra, advocaat, bij brief van 7 mei 2020 de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verzocht een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Bij brief van 25 mei 2020 heeft het Uwv de Raad meegedeeld dat de invordering van de WAZO-uitkering van verzoekster per direct wordt stopgezet in afwachting van de uitspraak van de Raad in het hoger beroep.
Bij brief van 25 mei 2020 heeft mr. Grijpstra namens verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Op grond van artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan in geval van intrekking van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb worden veroordeeld.
Namens verzoekster is het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het Uwv met de brief van 25 mei 2020 heeft beslist tot stopzetting van de invordering in afwachting van de uitspraak van de Raad op het hoger beroep.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan verzoekster zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De voorzieningenrechter veroordeelt het Uwv in de kosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
25 november 2020.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) K.R. van Renswoude
GdJ