ECLI:NL:CRVB:2020:2958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening besluit weigering bijstand na hennepkwekerij
Op 3 november 2014 trof de politie in de woning van appellant een hennepkwekerij aan met een geschat wederrechtelijk voordeel van €58.808,05. Appellant vroeg op 2 maart 2015 bijstand aan, maar leverde geen bewijsstukken over de inkomsten uit de kwekerij. Het college wees de aanvraag af, wat later werd gehandhaafd.
Appellant verzocht in mei 2017 om herziening van deze besluiten op grond van nieuwe feiten, waaronder brieven van de Belastingdienst waaruit een lager inkomen bleek. Het college wees dit verzoek af omdat appellant geen inzicht gaf in de exploitatie en inkomsten van de kwekerij, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende controleerbare gegevens heeft verstrekt en dat het college terecht het verzoek om herziening heeft afgewezen. Ook de toekenning van bijstand vanaf juli 2016 leidt niet tot een ander oordeel over de eerdere periode.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de eerdere besluiten tot weigering van bijstand wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.