ECLI:NL:CRVB:2020:302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaars beoordeling
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering.
Appellant voerde bezwaar aan tegen het besluit, stellende dat zijn beperkingen door psychische klachten waren onderschat en dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, mede omdat hij niet in bezwaar werd onderzocht. Ook stelde hij dat cognitieve beperkingen zoals aandacht en geheugen ten onrechte niet waren erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel, stelde vast dat de aanvullende medische rapporten dateren van na de datum in geding en dat er geen reden was voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering na eerstejaars beoordeling.