ECLI:NL:CRVB:2020:3024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening maatwerkvoorziening Wmo 2015 wegens niet-toereikendheid ondersteuning
Het college van burgemeester en wethouders van Medemblik verstrekte aan appellante een maatwerkvoorziening voor kindzorg en hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015. Na signalen van de zorginstelling AZA dat de ondersteuning niet langer passend was vanwege het gedrag van appellante, herzag het college de maatwerkvoorziening en wijzigde deze naar een zwaardere vorm van begeleiding.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening en tegen een brief waarin het college haar verzocht mee te werken aan aanvullend onderzoek. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het verzoek om mee te werken niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit voor zover het bezwaar ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het college onvoldoende had onderbouwd dat de situatie onwenselijk was en dat de brief wel een besluit was. De Raad oordeelde dat het college voldoende had aangetoond dat de maatwerkvoorziening niet langer toereikend was, mede op basis van overleg en e-mailcorrespondentie van AZA en jeugd- en gezinsbeschermers. De brief werd bevestigd als niet zijnde een besluit in de zin van de Awb.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de maatwerkvoorziening en veroordeelt het college in de proceskosten en griffierecht van appellante.