ECLI:NL:CRVB:2020:3032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.J.M. Weyers
- J.T.H. Zimmerman
- S.B. Smit-Colenbrander
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet duurzaam verlies arbeidsvermogen
Appellant, geboren in 1995, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze omdat verwacht wordt dat appellant in de toekomst weer arbeidsvermogen zal verkrijgen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan het UWV om een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met lopende behandelingen en begeleiding.
In hoger beroep betwist appellant dat hij ten minste een uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag belastbaar is, vanwege onbedwingbaar gedrag en wisselende stemming. Het UWV handhaafde het standpunt dat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is. De Raad toetste dit en oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom appellant niet voldoet aan de voorwaarde van het niet kunnen werken gedurende een uur aaneengesloten, gelet op impulsbeheersingsproblemen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak met verbeterde gronden en concludeerde dat het verlies van arbeidsvermogen niet duurzaam is, mede gezien de lopende behandelingen bij gespecialiseerde instanties. Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV werd ongegrond verklaard. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.