ECLI:NL:CRVB:2020:3060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling zonder nieuwe medische informatie
Appellant, laatst werkzaam als medewerker tomatenteelt, meldde zich ziek wegens energetische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waarna het UWV besloot de uitkering te beëindigen omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant bracht geen nieuwe medische informatie aan die zijn beperkingen onderbouwde. Ook de door het UWV geselecteerde functies werden als passend beoordeeld, mede gelet op het opleidingsniveau en de loopbaan van appellant.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en voerde hij aan dat de FML onjuist was vastgesteld en dat hij de Nederlandse taal niet machtig was, waardoor de functies niet geschikt zouden zijn. De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat geen nieuwe medische informatie was ingebracht en dat de taalvaardigheid geen belemmering vormde. De toekenning van een latere WIA-uitkering veranderde hieraan niets, omdat die na de beoordelingsdatum was toegekend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing voor herziening.