ECLI:NL:CRVB:2020:3095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het Werkplan Wajong zonder schadevergoeding ondanks niet-samenspraak
Appellante ontving een Wajong-uitkering en een Werkplan van het UWV dat beperkingen bevatte bij het verrichten van arbeid, maar geen verbod op het volgen van een studie of het verrichten van werkzaamheden op hbo-niveau.
De rechtbank had het bezwaar tegen het Werkplan gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar het bezwaar inhoudelijk ongegrond verklaard. Appellante stelde dat het Werkplan haar belemmerde bij het volgen van een studie en dat het niet in samenspraak met haar was opgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Werkplan geen verplichtingen oplegt die het volgen van een studie verhinderen. Hoewel het Werkplan niet in samenspraak is vastgesteld, heeft appellante niet aannemelijk gemaakt dat een nieuw gesprek met de arbeidsdeskundige nieuwe feiten zou opleveren. De schadevergoeding wordt afgewezen omdat de schade niet voortvloeit uit het Werkplan zelf, maar uit een verkeerde interpretatie daarvan door appellante.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toekenning van schadevergoeding.