ECLI:NL:CRVB:2020:3128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig callcentermedewerker, meldde zich ziek met voetklachten en ontving een ZW-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen in andere functies, waarna het ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, waarbij alle klachten, inclusief psychische, waren betrokken. Appellant kon zijn standpunt over meer beperkingen niet met medische informatie onderbouwen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voerde hij psychische klachten aan, ondersteund door een psychologisch rapport.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV, stellende dat de psychische klachten pas na de peildatum waren ontstaan en niet ernstig waren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de Ziektewetuitkering terecht heeft beëindigd.