ECLI:NL:CRVB:2020:3149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herroeping van besluiten over jeugdhulp en Wmo-voorzieningen wegens onbevoegdheid college
Appellanten, bestaande uit een gezin met minderjarige kinderen onder toezicht van een gecertificeerde instelling, maakten bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven betreffende jeugdhulp en Wmo-voorzieningen. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten, maar verklaarde de bezwaren tegen de primaire besluiten niet-ontvankelijk.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat het college zich niet ter zitting had laten vertegenwoordigen, waardoor verduidelijking over de bevoegdheid ontbrak. Uit het niet verschijnen leidde de Raad af dat het college zich niet bevoegd achtte tot het nemen van de primaire besluiten. Dit maakte het beroep gegrond en leidde tot vernietiging van de bestreden besluiten en herroeping van de primaire besluiten.
De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellanten in bezwaar, beroep en hoger beroep, waarbij rekening werd gehouden met de samenhang van de zaken en het verschillende wettelijke kader van de Jeugdwet en de Wmo 2015. De totale proceskostenvergoeding bedroeg €5.775,- plus vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt de bestreden besluiten, herroept de primaire besluiten en veroordeelt het college tot betaling van proceskosten en griffierecht.