ECLI:NL:CRVB:2020:3159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ouderdomspensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellanten, gehuwd sinds 1960, ontvingen een ouderdomspensioen voor gehuwden. Na verhuizing van appellante in 2008 kende de Sociale Verzekeringsbank (Svb) hen een ongehuwd ouderdomspensioen toe, uitgaande van duurzaam gescheiden leven. Een steekproef leidde in 2019 tot herziening van het pensioen naar gehuwd, omdat volgens de Svb geen duurzaam gescheiden leven bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat het onderlinge contact, zoals dagelijkse telefoontjes en gezamenlijke belastingaangifte, wijst op geen duurzaam gescheiden leven. Appellanten voerden aan dat het contact voortkomt uit zorg en vriendendienst, en dat zij wel duurzaam gescheiden leven.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Volgens vaste rechtspraak is duurzaam gescheiden leven alleen aannemelijk als ieder afzonderlijk een eigen leven leidt alsof niet gehuwd, en deze toestand bestendig is bedoeld. Het feit dat appellanten elkaar regelmatig spreken en zorg verlenen, wijst op het voortbestaan van de echtelijke samenleving. Daarom is de herziening naar gehuwd ouderdomspensioen terecht.
Uitkomst: De herziening van het ouderdomspensioen naar gehuwd wordt bevestigd omdat geen duurzaam gescheiden leven is vastgesteld.