ECLI:NL:CRVB:2020:3200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling en passende functietoekenning
Betrokkene, voormalig rijinstructeur, meldde zich ziek op 8 februari 2016 en zijn dienstverband eindigde op 31 maart 2016. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 12 mei 2017 omdat betrokkene meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen op basis van een eerstejaars ZW-beoordeling.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en beëindigde het ziekengeld per 30 december 2017, onder meer omdat het UWV volgens de rechtbank een nieuwe uitlooptermijn in bezwaar had moeten hanteren. Betrokkene stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen waren onderschat en de geselecteerde functies niet geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen niet zijn onderschat. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat de functies passend zijn, maar wijkt af in het oordeel over de uitlooptermijn. De Raad stelt dat er voldoende passende functies zijn, ook zonder de nieuw geselecteerde functies, en dat betrokkene meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd; het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.