ECLI:NL:CRVB:2020:3249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging weigering Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als produktiemedewerker, meldde zich ziek met rugklachten en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor de uitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en het dossier onvolledig.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en verzocht om het horen van diverse artsen als getuigen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, stelde dat het lichamelijk onderzoek uitgebreid was uitgevoerd en dat het medisch dossier voldoende compleet was. De Raad wees het verzoek tot het horen van getuigen af, omdat de overgelegde medische informatie de visie van het UWV niet weerlegde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.