ECLI:NL:CRVB:2020:325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek intrekkings- en terugvorderingsbesluiten bijstand wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving bijstand over de periode 2001-2004 en vanaf 2004 bijstand naar gehuwdennorm. In 2007 ontdekte de sociale recherche gouden sieraden bij appellanten, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante verzocht in 2015 om herziening van deze besluiten op grond van de lage verkoopprijs van het goud in 2015, stellende dat dit een nieuw feit zou zijn dat het recht op bijstand zou kunnen vaststellen. Het college wees dit verzoek af omdat dit geen nieuw feit betrof en appellante dit ook eerder had kunnen aanvoeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat het herzieningsverzoek feitelijk een hernieuwde discussie over de oorspronkelijke besluiten betreft, waarvoor geen grond is. Ook de persoonlijke gevolgen van de terugvordering leiden niet tot een oordeel van evidente onredelijkheid.
Het hoger beroep wordt verworpen en de oorspronkelijke uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en de eerdere intrekkings- en terugvorderingsbesluiten worden gehandhaafd.