ECLI:NL:CRVB:2020:3263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling individuele inkomenstoeslag wegens ontbreken bankafschriften
Appellanten dienden een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag (IIT) over 2018. Het college verzocht om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften van rekeningen waarvan appellante mede-rekeninghouder was. Appellanten weigerden deze afschriften te overleggen, stellende dat deze financiële gegevens medisch vertrouwelijk waren en beschermd werden door privacywetgeving.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het ontbreken van de gevraagde gegevens, wat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de bankafschriften niet relevant waren en dat het beroep op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en Privacyrichtlijn hen vrijstelde van overleg.
De Raad oordeelde dat de bankafschriften wel degelijk relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag, omdat het vermogen in de referteperiode van belang is. De bankrekeningen stonden deels op naam van appellante, waardoor het tegoed als vermogen wordt beschouwd. Het beroep op privacywetgeving faalde omdat bankafschriften geen medische gegevens zijn. De Raad bevestigde daarom het besluit het verzoek buiten behandeling te stellen.
Uitkomst: De aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet overleggen van bankafschriften.