ECLI:NL:CRVB:2019:625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing individuele inkomenstoeslag wegens ontbreken vermogeninformatie over referteperiode
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor individuele inkomenstoeslag (IIT) voor de jaren 2015, 2016 en 2017. De Centrale Raad van Beroep heeft de aangevallen uitspraken van de rechtbank Den Haag bevestigd en de afwijzing gehandhaafd.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellanten recht hadden op de toeslag terwijl zij niet over de gehele referteperiode van drie jaar gegevens over hun vermogen hadden verstrekt. Volgens artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet (PW) en de gemeentelijke verordening is het vereist dat aanvragers langdurig een laag inkomen hebben én langdurig geen in aanmerking te nemen vermogen bezitten.
Appellanten hadden alleen banksaldi per 31 december 2015 en 31 december 2016 overgelegd, maar geen verdere informatie over hun vermogen in de referteperiode. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij aan de voorwaarden voldeden. Het feit dat zij tot 2014 een langdurigheidstoeslag ontvingen, deed hieraan niet af. De Raad oordeelde dat de aanvragen terecht zijn afgewezen en wees de beroepen af.
Uitkomst: De aanvragen voor individuele inkomenstoeslag zijn terecht afgewezen wegens het niet verstrekken van volledige vermogensgegevens over de referteperiode.