ECLI:NL:CRVB:2020:3273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens loondoorbetalingsplicht werkgever tijdens ziekte
Appellant sloot op 30 september 2016 een arbeidsovereenkomst met een Stichting, waarin is vastgelegd dat de werkgever het loon doorbetaalt bij ziekte conform artikel 7:629 BW Pro. Appellant meldde zich per 28 februari 2017 ziek bij het UWV en verzocht om ziekengeld. Het UWV weigerde dit omdat de Stichting volgens de polisadministratie loondoorbetalingsplicht heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV mocht uitgaan van de gegevens uit Suwinet, tenzij appellant onjuistheid daarvan kon aantonen. Appellant slaagde hier niet in, mede omdat de brief waarin de arbeidsovereenkomst werd betwist pas in hoger beroep werd ingebracht en de betalingen niet als salaris waren onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat er geen dienstverband bestond en dat de Stichting niet inhoudingsplichtig was. De Raad verwierp het verzoek om nieuwe stukken toe te voegen wegens strijd met de goede procesorde en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het UWV mocht uitgaan van de polisadministratie en appellant toonde niet aan dat er geen arbeidsovereenkomst was op het moment van ziekmelding.
De Raad concludeerde dat de Stichting op grond van artikel 7:629 BW Pro loon moest doorbetalen en dat appellant daarom geen recht had op ziekengeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV om ziekengeld toe te kennen wordt bevestigd.