ECLI:NL:CRVB:2020:3285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante was werkzaam als verpleegkundige en meldde zich ziek met psychische en fysieke klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 65%, later herzien naar 62,14%. Appellante betwistte deze vaststelling en voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de functie van schadecorrespondent niet passend is vanwege onvoldoende relevante ervaring van appellante. Daarom moet de beoordeling mede gebaseerd worden op de reservefunctie van medisch laborant, wat leidt tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (80-100%).
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen. Daarnaast wijst de Raad een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt de Staat in de proceskosten. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en appellante wordt als volledig arbeidsongeschikt aangemerkt; tevens wordt een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.