Uitspraak
18.4769 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 31 oktober 2017 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving vanaf 1 mei 2017 een AOW-pensioen en vroeg op 31 mei 2017 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) aan. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende deze toe met ingang van 30 mei 2017. Betrokkene maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en de rechtbank oordeelde dat bijzondere omstandigheden bestonden om de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2017 toe te kennen, mede vanwege vermeende onjuiste of onvolledige voorlichting door de Svb.
De Svb ging in hoger beroep en stelde dat betrokkene zelf verantwoordelijk was voor een tijdige aanvraag en dat geen sprake was van onjuiste voorlichting. De Raad toetste of bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een terugwerkende kracht rechtvaardigen, zoals een eerdere aanvraag of actie richting de Svb. De Raad concludeerde dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een eerder telefoongesprek of onjuiste informatie. Bovendien rust geen actieve informatieplicht op de Svb en was betrokkene voldoende geïnformeerd via brieven en besluiten.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er was geen reden om de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht toe te kennen. De eigen verantwoordelijkheid van betrokkene voor het tijdig indienen van de aanvraag en het ontbreken van bijzondere omstandigheden waren doorslaggevend. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de AIO-aanvulling wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.