ECLI:NL:CRVB:2020:3299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet gemeld bezit onroerend goed in Marokko
Appellant ontving vanaf 1 januari 2009 een AIO-aanvulling naast zijn pensioen. Tijdens een steekproefonderzoek in 2014 werd vastgesteld dat appellant eigenaar was van een woning in Marokko met een waarde van circa € 75.450,-. Appellant verklaarde de woning in maart 2014 aan zijn zoon te hebben overgedragen, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde in 2017 de AIO-aanvulling en vorderde de ontvangen bedragen terug, omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het bezit van de woning niet te melden. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij vanaf de ingangsdatum van de AIO-aanvulling geen eigenaar meer was.
Appellant voerde aan dat een deviezenbeperking in Marokko hem verhinderde over het vermogen te beschikken, maar ook dit werd niet met specifieke bewijsstukken onderbouwd. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af, waarmee de beëindiging, intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging, intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling worden bevestigd.