ECLI:NL:CRVB:2020:3315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken ingezetenschap op zeventiende verjaardag
Appellant, geboren in 1968 in Marokko, vroeg in 2009 een Wajong-uitkering aan, die werd afgewezen omdat hij op zijn zeventiende verjaardag geen ingezetene van Nederland was. Na een tweede aanvraag in 2017 werd dit standpunt bevestigd. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat toepassing van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) tot leeftijdsdiscriminatie leidt, omdat hij na zijn zeventiende verjaardag in Nederland is komen wonen.
De Raad oordeelde dat de beoordeling van de aanspraak op grond van de AAW correct is, omdat appellant vóór 1980 is geboren. De Raad verwierp het discriminatieverweer, aangezien de wetgever een redelijke beoordelingsmarge heeft. Gelet op het ontbreken van een duurzame persoonlijke band met Nederland op de zeventiende verjaardag, werd bevestigd dat appellant geen ingezetene was en daarom geen recht heeft op de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 23 december 2020.
Uitkomst: Het verzoek om een Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat appellant op zijn zeventiende verjaardag geen ingezetene van Nederland was.