ECLI:NL:CRVB:2020:3388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste opgave uren en inkomsten
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werkte bij een broodjeszaak op basis van een nul-urencontract. Uit een anonieme tip en een bestuursrechtelijke controle bleek dat appellant meer uren werkte dan hij had opgegeven, wat werd ondersteund door werkroosters die afweken van de ingediende loonstroken.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag trok de bijstand met ingang van september 2017 in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door onjuiste opgave van uren en inkomsten.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de tipgever onbetrouwbaar was en dat de opgegeven uren juist waren, ondersteund door verklaringen van de eigenaar en manager van de broodjeszaak. De Raad oordeelde echter dat de discrepanties tussen werkroosters en loonstroken, samen met de verklaringen van appellant zelf, een voldoende grondslag boden voor het besluit.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de intrekking en terugvordering van bijstand rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.