ECLI:NL:CRVB:2015:2301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- S. Hindriks-Roose
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks geschil over schulddienstverlening
Appellante ontvangt sinds 2010 bijstand als alleenstaande ouder en staat ingeschreven op een adres te Rotterdam. Naar aanleiding van een anonieme tip over een gezamenlijke huishouding met een man, heeft de gemeente Rotterdam een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot beëindiging van de schulddienstverlening en terugvordering van bijstand over de periode november 2010 tot april 2013.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat het onderzoek onrechtmatig was en dat geen sprake was van een gezamenlijke huishouding. De Raad oordeelde dat de anonieme tip concreet genoeg was om nader onderzoek te rechtvaardigen en dat het huisbezoek een proportioneel middel was.
Verder concludeerde de Raad op basis van verklaringen van appellanten en buurtbewoners, alsmede het aantreffen van persoonlijke bezittingen van appellant in de woning, dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. Hierdoor ontving appellante ten onrechte bijstand als alleenstaande ouder.
De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis voor zover het de WWB betreft, maar wees het hoger beroep over de beëindiging van schulddienstverlening door naar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en verwijst het geschil over schulddienstverlening door.