Uitspraak
19 5258 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand sinds november 2014. Uit onderzoek bleek dat hij en zijn minderjarige zoon eigenaar waren van onroerend goed in Italië, wat niet was gemeld aan het college. Het college trok daarom de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de waarde van het onroerend goed laag was en dat hij geen middelen had om een taxatie te laten uitvoeren, terwijl het college dat wel kon doen. De Raad oordeelde dat het aan appellant is om de waarde aan te tonen om recht op bijstand ondanks de schending van de inlichtingenplicht aannemelijk te maken.
Omdat appellant dit niet aannemelijk heeft gemaakt, faalt zijn beroep. De Raad bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens niet gemeld bezit van onroerend goed.