ECLI:NL:CRVB:2020:3403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor babyuitzet wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de kosten van een babyuitzet nadat zijn kind was geboren. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat de kosten voorzienbaar zijn en men geacht wordt hiervoor te sparen of gespreid te betalen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij pas kort voor de geboorte van zijn kind op de hoogte was van de zwangerschap, waardoor sparen niet mogelijk was, en dat gespreide betaling niet reëel was. De Raad overwoog dat de kosten van een babyuitzet als incidentele algemene kosten worden gezien die in principe uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan. Bijzondere bijstand wordt slechts toegekend als sprake is van bijzondere omstandigheden en de kosten niet uit het inkomen of vermogen kunnen worden voldaan.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet had kunnen sparen of gespreid betalen. Zijn stellingen over het ontbreken van betalingsmogelijkheden werden niet onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor babyuitzet wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.