Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:3417

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 december 2020
Publicatiedatum
28 december 2020
Zaaknummer
20/2708 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ingetrokken beroep zonder wilsgebrek

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. De Raad informeerde appellant dat hij niet voldeed aan de criteria voor betalingsonmacht en wees het beroep daarop af. Vervolgens trok appellant het hoger beroep bevoegdelijk en zonder enig voorbehoud in. De Raad bevestigde deze intrekking.

Appellant verzocht later om het hoger beroep alsnog voort te zetten vanwege gebrek aan geld. De Raad oordeelde dat intrekking van hoger beroep na afloop van de beroepstermijn niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van onbevoegdheid of wilsgebrek zoals dwang, dwaling of bedrog. Dit was niet het geval.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier N. Khachatryan.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens bevoegdelijke intrekking zonder wilsgebrek.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 december 2020
20/2708 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
24 juli 2020, 19/2862 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 13 oktober 2020 heeft de Raad appellant meegedeeld dat appellant op basis van de verstrekte gegevens niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet en dat zijn beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen.
Bij brief van 17 oktober 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 21 oktober 2020 heeft de Raad de intrekking van het hoger beroep bevestigd.
Bij brief van 30 oktober 2020 heeft appellant meegedeeld dat hij door gebrek aan geld het hoger heeft ingetrokken. Appellant heeft de Raad verzocht hem kans te geven om het hoger beroep door te zetten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
1.1
Intrekking van een hoger beroep na afloop van een hoger beroepstermijn kan niet ongedaan worden gemaakt, tenzij de intrekking van het hoger beroep onbevoegdelijk is gedaan dan wel van een wilsgebrek sprake is, zoals dwang, dwaling of bedrog (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 17 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:517).
1.2.
Bij brief van 17 oktober 2020 heeft appellant het hoger beroep bevoegdelijk en zonder enig voorbehoud ingetrokken. Van een herroeping van de intrekking binnen de hoger beroepstermijn is geen sprake. Niet gebleken is dat de intrekking van het hoger beroep berust op een wilsgebrek. Gelet op 1.1 kon de intrekking van het hoger beroep dan ook niet ongedaan worden gemaakt.
1.3.
Uit 1.1 en 1.2 volgt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van N. Khachatryan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2020.
(getekend) A.M. Overbeeke
(getekend) N. Khachatryan
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
lh