ECLI:NL:CRVB:2020:3432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor WIA-functie ondanks psychische klachten in Ziektewetzaak
Appellante was werkzaam als callcenter medewerker en meldde zich in 2011 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies, waaronder wikkelaar. Na diverse ziekmeldingen en medische beoordelingen, waaronder door verzekeringsartsen, werd haar ziekengeld beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor de WIA-functies.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten, waaronder PTSS, angstaanvallen en concentratieproblemen, zwaarder moesten worden meegewogen en dat de gebruikte Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet actueel was. Zij vroeg om een onafhankelijke deskundige. Het UWV handhaafde het standpunt dat zij geschikt was voor de WIA-functies.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en inzichtelijk was, waarbij rekening was gehouden met de PTSS-behandeling en andere medische rapporten. Er was geen objectief bewijs van een substantiële wijziging in haar belastbaarheid sinds 2013. De Raad vond geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde dat appellante geschikt was voor de functie wikkelaar, ook al is deze functie niet meer actueel.
Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.