ECLI:NL:CRVB:2020:3447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant was werkzaam als voorman gritstraler/verfspuiter en meldde zich ziek in september 2015. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe vanaf december 2015. Na een eerstejaars beoordeling (EZWb) stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en selecteerde een arbeidsdeskundige drie passende functies. Het UWV beëindigde de uitkering per 13 oktober 2016 omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Appellant maakte bezwaar en meldde zich opnieuw ziek in februari 2017. Vervolgens beëindigde het UWV de uitkering per 11 april 2017 op basis van een verlate EZWb.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onjuiste maatstaven hanteerde en dat zijn beperkingen werden onderschat, waaronder een niet-allergische rhinitis die een urenbeperking zou rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, de medische en arbeidskundige rapporten juist zijn en dat de functies passend zijn, ook rekening houdend met de beperkingen van appellant. Het motiveringsgebrek in het bestreden besluit wordt gepasseerd omdat appellant niet is benadeeld. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering per 11 april 2017 wordt bevestigd.