ECLI:NL:CRVB:2020:3466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening bij verlaging bijstand
Appellante kreeg bijstand verlaagd met 30% voor de duur van één maand vanaf 1 juli 2019. Tegen dit besluit stelde zij bij de rechtbank beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep te laat was ingediend en geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij binnen de beroepstermijn telefonisch haar bezwaren had geuit, wat volgens haar als een pro forma beroepschrift had moeten worden aangemerkt. De Raad verwierp dit omdat telefonisch geuite bezwaren niet gelijkgesteld kunnen worden aan een schriftelijk beroepschrift zoals vereist volgens de Awb.
Verder stelde appellante dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat rechtshulpverleners niet adequaat hadden gehandeld. De Raad oordeelde dat de inspanningen van appellante onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen en dat het falen van haar rechtshulpverleners voor haar rekening komt.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.