ECLI:NL:CRVB:2020:3503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging ZW-uitkering na beoordeling beperkingen en geschiktheid functies
Appellante was werkzaam als bestuiver en meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat zij met inachtneming van beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) 100% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarom haar ZW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beoordeling zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en vroeg zij om een onafhankelijke deskundige. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat het UWV de beperkingen zorgvuldig en overtuigend had gemotiveerd. De ervaren klachten van appellante konden niet volledig worden verklaard door objectieve afwijkingen, maar de beperkingen in de FML waren passend.
De Raad oordeelde dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat appellante met deze functies meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Er was geen aanleiding om het besluit te vernietigen of een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.