ECLI:NL:CRVB:2020:3519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek peiljaarverlegging eigen bijdrage langdurige zorg
Appellante ontving zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en was een eigen bijdrage verschuldigd. Het CAK stelde deze bijdrage voor 2018 vast op basis van het peiljaar 2016. Appellante verzocht om peiljaarverlegging, zodat de eigen bijdrage op basis van het lopende jaar zou worden vastgesteld, wat werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat de regels van het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz) dwingendrechtelijk en limitatief zijn en geen ruimte bieden voor rekening houden met bijzondere omstandigheden zoals hogere uitgaven dan het zak- en kleedgeld.
Appellante voerde aan dat de kosten voor werkgerelateerde uitgaven en de hoge eigen bijdrage zorgmijding veroorzaken, maar de Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere situatie vormen die afwijken van de dwingendrechtelijke regels rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om peiljaarverlegging van de eigen bijdrage langdurige zorg wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.