ECLI:NL:CRVB:2020:365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als cateringmedewerkster, ontving sinds 2007 een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2016 werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 28,36%, waarna het Uwv haar WGA-uitkering per 14 maart 2017 beëindigde omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische stukken onvoldoende aanleiding boden om de beperkingen te herzien. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden doordat een verklaring van GGZ werd genegeerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de nieuwe medische informatie uit 2019 geen aanleiding geeft tot twijfel over het eerdere medisch oordeel op de datum van 14 maart 2017. De gewijzigde diagnose schizofrenie werd pas na die datum gesteld en de verzekeringsarts heeft gemotiveerd toegelicht waarom dit geen aanleiding geeft tot meer beperkingen. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.