ECLI:NL:CRVB:2020:399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over beëindiging recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit
Appellante was werkzaam als huishoudelijke hulp en meldde zich ziek met hoofdpijnklachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 7 januari 2017 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij meer dan 65% van haar loon voor ziekte kon verdienen. Dit besluit werd ondersteund door medisch en arbeidskundig onderzoek, waaronder een functionele mogelijkhedenlijst en een beoordeling door verzekeringsartsen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al was bezwaar en beroep gebaseerd op dossieronderzoek zonder nieuw fysiek onderzoek. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat haar psychische klachten niet actueel waren meegenomen, en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het dossieronderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep was voldoende en zorgvuldig, alle relevante medische informatie was betrokken, en er was geen aanleiding het eindoordeel uit te stellen. De medische situatie van appellante was juist ingeschat en de functies medisch passend.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.