ECLI:NL:CRVB:2020:401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende functie
Appellante was werkzaam als winkelmedewerker en meldde zich in 2011 ziek met nek-, schouder- en armklachten. Na een eerdere afwijzing van een WIA-uitkering werd haar in 2016 een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 maart 2017 op grond van geschiktheid voor de functie telefonisch medewerker planning.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar klachten haar ongeschikt maakten voor deze functie, onder meer vanwege beperkingen bij typen en het dragen van een spalk. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit deels, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt nu dat het UWV de beperkingen niet heeft onderschat.
De Raad weegt de medische rapporten en concludeert dat de beperkingen van appellante adequaat zijn meegenomen en dat de functie passend is. De toegenomen klachten dateren van na de datum in geschil. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV-besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering per 1 maart 2017 wordt bevestigd.