ECLI:NL:CRVB:2020:420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging bijstand na themacontrole onroerende zaken zonder discriminatie
Appellante ontving bijstand van december 2011 tot januari 2016, waarbij het college een themacontrole uitvoerde naar bezit van onroerende zaken. Uit onderzoek bleek dat appellante sinds 2006 een appartement in Turkije bezit, wat niet was gemeld aan het college. Hierdoor werd de bijstand beëindigd en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van de vermogensgrens.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek discriminatoir was en dat vervolgonderzoeken in andere landen ontbraken, waardoor de onderzoeksresultaten onrechtmatig verkregen zouden zijn. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin de themacontrole werd goedgekeurd en oordeelde dat het college voldoende bewijs had geleverd dat vervolgonderzoeken in andere landen zijn gestart.
De Raad concludeerde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de rechtmatigheid van het onderzoek en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging en terugvordering van bijstand wegens bezit van een onroerende zaak en oordeelt dat het college niet discrimineerde.