ECLI:NL:CRVB:2020:517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijdrage maatwerkvoorziening beschermd wonen 2017 door CAK
Appellante was voor het jaar 2017 in aanmerking gebracht voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). CAK stelde bij besluit van 16 januari 2017 de bijdrage vast op € 684,65 per maand. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat CAK bij besluit van 10 april 2017 ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de jonggehandicaptenkorting ten onrechte werd meegenomen bij de berekening van de bijdrage en dat de extra vrijlating onjuist was berekend, onder meer omdat de 8% bijtelling van haar vermogen niet correct werd toegepast. Tevens vond zij de bijtelling van 8% onredelijk en disproportioneel.
De Raad oordeelde dat CAK de bijdrage moest vaststellen op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, waarvan de bepalingen dwingendrechtelijk zijn. Dit besluit bevat geen hardheidsclausule of coulanceregeling, zodat geen ruimte bestaat om de jonggehandicaptenkorting in mindering te brengen. Ook moet de extra vrijlating worden berekend zonder de 8% vermogensbijtelling mee te nemen. De bijdrage was daarom correct vastgesteld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd het verzoek om vergoeding van schade afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijdrage van CAK wordt bevestigd.