ECLI:NL:CRVB:2020:520
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget 2012-2013
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Het zorgkantoor heeft het pgb over 2012 en de eerste helft van 2013 ingetrokken en het uitbetaalde voorschot teruggevorderd. Deze besluiten zijn in rechte onherroepelijk geworden.
Appellant verzocht het zorgkantoor om terug te komen op deze besluiten, maar dit verzoek werd afgewezen en de afwijzing werd na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank bevestigde dit oordeel en motiveerde dit uitgebreid met verwijzing naar relevante rechtspraak.
In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe gronden of redenen naar voren om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en verwees slechts naar eerdere beroepsgronden. De Raad onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Ook het enkele feit dat verantwoordingsformulieren zijn ingeleverd, verplicht het zorgkantoor niet tot een inhoudelijke beoordeling.
De Raad acht het handhaven van het oorspronkelijke besluit niet evident onredelijk en verwijst naar eerdere jurisprudentie ter ondersteuning. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van het pgb wordt gehandhaafd.