Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
BESLISSING
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip duurzaam gescheiden leven.
Centrale Raad van Beroep
Appellant en zijn geregistreerde partner X leefden volgens het college niet duurzaam gescheiden vanaf 25 oktober 2017, waardoor appellant geen recht had op bijstand als alleenstaande ouder. De bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 25 oktober tot 31 oktober 2017.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat partners een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, wat hier niet het geval was. Appellant en X verbleven op dezelfde adressen, hadden financiële verwevenheid en presenteerden zich als eenheid. Hoewel appellant de situatie niet als schending van de inlichtingenverplichting kwalificeerde, werd dit niet als schending gezien omdat hij de bijstandverlenende instantie op de hoogte hield.
Het besluit was formeel onvoldoende gemotiveerd, maar de Raad paste artikel 6:22 Awb Pro toe en oordeelde dat appellant niet benadeeld was. Het college was bevoegd om de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.