ECLI:NL:CRVB:2020:554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering wegens niet direct gevolg zwangerschap of bevalling
Werkneemster was langdurig arbeidsongeschikt en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering vanwege zwangerschapsgerelateerde klachten. Na haar bevalling en beëindiging van de arbeidsovereenkomst meldde zij zich opnieuw ziek en vroeg zij een Ziektewetuitkering aan. Het UWV kende deze toe, maar berekende deze naar 70% van het dagloon en stelde dat de arbeidsongeschiktheid geen direct gevolg was van zwangerschap of bevalling.
Appellante betwistte dit en stelde dat sprake was van een postnatale depressie die wel een direct gevolg was van de bevalling. De verzekeringsartsen en de rechtbank concludeerden echter dat de psychische klachten een reactie waren op veranderde levensomstandigheden en niet direct door zwangerschap of bevalling waren veroorzaakt. De diagnose postnatale depressie werd niet gesteld door de huisarts.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere conclusies en oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid niet onder artikel 29a ZW valt, omdat deze niet direct voortvloeit uit zwangerschap of bevalling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de arbeidsongeschiktheid geen direct gevolg is van zwangerschap of bevalling.