ECLI:NL:CRVB:2020:625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat appellanten niet duurzaam gescheiden leven voor AOW-herziening
Appellanten zijn sinds 13 juli 1994 gehuwd en ontvingen vanaf 2011 en 2013 een AOW-pensioen voor ongehuwde pensioengerechtigden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag deze pensioenen naar gehuwdenpensioenen omdat appellanten niet tijdig hun hertrouw in Turkije in 2004 hadden gemeld en volgens de Svb niet duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij wel duurzaam gescheiden leven, maar de Raad volgt dit niet. Volgens vaste rechtspraak is duurzaam gescheiden leven het leiden van een eigen leven als ware men niet gehuwd, met de intentie dat dit bestendig is.
Appellanten konden deze bewijslast niet dragen; zij reizen jaarlijks samen naar Turkije, verblijven in hetzelfde huis op verschillende verdiepingen, helpen elkaar en ondernemen gezamenlijke activiteiten. Dit wijst op het niet leiden van een eigen leven. Het ontbreken van een affectieve relatie is irrelevant voor de beoordeling.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de herziening van de pensioenen bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de AOW-pensioenen naar gehuwdenpensioen bevestigd.