Uitspraak
17.3429 AKW
3 april 2017, 16/1085 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene heeft meerdere malen verzocht om kinderbijslag toe te kennen met terugwerkende kracht. Na eerdere afwijzingen en een gerechtelijke uitspraak die het recht op kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal van 2002 veiligstelde, deed betrokkene een nieuw verzoek voor toekenning vanaf het derde kwartaal van 1993.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die een herziening van het eerdere, rechtens onaantastbare besluit rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
De Raad oordeelt dat het verzoek van betrokkene een herhaalde aanvraag is en dat de brief van 28 augustus 1993, waarop betrokkene zich beroept als bewijs van veiligstelling, niet als nieuw feit kan worden aangemerkt. De Raad vindt de twijfel van de Svb aan de echtheid van deze brief gerechtvaardigd en concludeert dat het eerdere besluit niet onmiskenbaar onjuist is. Daarom is het verzoek terecht afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek om kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.