ECLI:NL:CRVB:2020:725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging recht op ziekengeld wegens voldoende verdiencapaciteit na ziekte
Appellante, laatst werkzaam als apothekersassistente, meldde zich meerdere malen ziek met klachten zoals rugpijn en duizeligheid. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij geschikt was voor diverse functies en meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de beëindiging van het ziekengeld ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gezondheid ernstig beperkt is en dat het UWV-onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, onder meer omdat geen onafhankelijk deskundigenonderzoek of röntgenonderzoek had plaatsgevonden. De Raad volgde dit niet, omdat appellante geen objectieve medische gegevens had ingebracht ter onderbouwing.
De Raad bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deugdelijk was gemotiveerd en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch geschikt waren. De Raad oordeelde dat het recht op ziekengeld terecht was beëindigd omdat appellante in staat werd geacht meer dan 65% van haar loon te verdienen. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar loon kan verdienen.